Afgelopen tijd heb ik kunnen uitrusten van een intensieve 2,5 week van onderzoek doen in één van meest geisoleerde gebieden in dit land. Ik wil graag een paar unieke ervaringen eruit lichten om een beeld te geven van hoe het was.

Onze taalhulp

taalhulp

taalhulp

taalhulp aan het werk

taalhulp aan het werk

We werken samen met een lokale christen, die zelf ook in een bergdorpje is opgegroeid. Zijn taal lijkt op de taal die we hier onderzoeken, maar ze verschillen zoals bijvoorbeeld Nederlands en Noors van elkaar verschillen. Hij is 35 jaar, getrouwd en heeft 2 jonge kinderen van schoolleeftijd. Zonder hem zou ons onderzoek er heel anders aan toe zijn gegaan. In de meeste dorpen is hij tijdens eerdere bezoeken geweest en heeft hij al relaties met verschillende mensen. Hij weet wanneer het gepast is om een gesprek te starten, hoe lang je door kunt gaan, wanneer er ‘ja’ gezegd wordt maar ‘nee’ bedoeld. Door hem konden we snel contact leggen, een slaapplek vinden, ons onderzoek uitleggen en mensen vinden om te interviewen.

Sneeuw in de bergen

sneeuw

sneeuw

ingepakt tegen de sneeuw

ingepakt tegen de sneeuw

Op één morgen begon het vroeg te sneeuwen. Omdat de zon pas later over de hoge, steile bergwanden kwam was het behoorlijk koud in het dorp. Ik genoot er volop van. Maar het was een verassing voor de mensen en opeens was iedereen op de daken om het verse hooi te bedenken met plastic. We gingen die dag rond 10 uur op pad naar het volgende dorp. De sneeuw veranderde al snel in koude regen. Na uren lopen waren we doorweekt, koud en kappot. We aten onze lunch in een klein huisje aan de weg. Het vuur was zo klein dat we om beurten op het krukje gingen zitten om een klein stukje van ons lichaam warm te laten worden. Gelukkig was het daarna weer prachtig zonnig weer. We zaten net 50 meter onder de sneeuwgrens.

Domme vragen

veel lol bij mijn laatste interview

veel lol bij mijn laatste interview

deze man heeft ons geduldig woorden in zijn taal verteld

deze man heeft ons geduldig woorden in zijn taal verteld

Volgens veel mensen in de dorpen zijn wij behoorlijk dom. We stellen gewoon heel veel domme vragen. Daarom krijgen we vaak reacties zoals deze; ‘Ben je doof, ik zeg dit woord al voor de 5e keer en je snapt het nog niet.’ ‘Onze kleine kinderen kunnen dit woord al uitspreken, je lijkt wel een baby.’ ‘Ik zei net ook al welke taal we hier spreken, waarom vraag je het nu nog een keer

[en nog een keer, en nog een keer]?’ Tegen onze taalhulp in de lokale taal ‘Ze weten niet echt veel he? Ze lijken me niet erg slim.’ Gelukkig hebben ze geduld en kunnen we uitleggen dat we inderdaad heel veel dingen niet weten die zij wel weten. En dat we ze daarom hard nodig hebben om ons te vertellen wat voor hen zo normaal is.

Bellen met Dineke

goede verbinding

goede verbinding

lastige verbinding met satteliet telefoon

lastige verbinding met satteliet telefoon

Op deze trip had ik gelukkig wat meer kans om Dineke telefonisch te bereiken dan de vorige keer. Maar het was toch wel anders dan normaal. In het eerste dorp moest ik 15 minuten uit het dorp lopen naar een hoger punt, zodat ik verbinding kon krijgen met de hoofdstad. In het tweede dorp zaten we te ver en diep in de vallei om verbinding te krijgen. Maar teruglopend hadden we opeens aan de rand van de berg weer verbinding, dus gingen de drie getrouwde heren even hun vrouwen in de hoofdstad bellen. Bijzonder om vanaf zo’n plek toch mee te kunnen leven en te horen dat het kindje is begonnen te schoppen. In het laatste dorp moest ik 25 minuten lopen om bij een telefoon te komen waar ik voor 10 cent p/minuut kon bellen. Nou ja, dat is zeker 50 minuten lopen waard om Dineke’s stem te horen.