Spendeer je geld niet aan jezelf (deel 1 )

Spendeer je geld niet aan jezelf (deel 1 )

Ik ga mijn echtgenoot nadoen en een blog in meerdere delen schrijven. Omdat ik zelfs na veel schrappen hier geen korte blog van kon maken.

In de afgelopen anderhalf jaar gingen wij door een proces van re-entry. Re-entry is een term die wordt gebruikt voor expats die na een langere periode in het buitenland weer in hun ‘paspoortland’ gaan wonen. In veel opzichten is deze periode gelijk aan de tijd dat je net in je gastland (voor ons Zuid-Azië) ging wonen. Je moet van alles opnieuw leren: praktisch (Wat doe je nou met je pinpas in de supermarkt? Tegen de zijkant houden? Hoe dan?!), maar vooral cultureel. Je verandert door in het buitenland te wonen. De gebruiken en het leefritme wat je daar hebt worden normaal, en wat normaal is in Nederland, ontleer je voor een deel. Zo wiebelde ik bijvoorbeeld Aziatisch met mijn hoofd naar de Coop cassière, terwijl ze het beter had begrepen als ik gewoon ‘ja’ had geknikt. Dit zijn twee voorbeelden van honderden dingen die je opvallen aan Nederland, of aan hoe je zelf veranderd bent. Ze zorgen voor vragen als: maar wie ben ik dan eigenlijk? Hou ik meer van mezelf met de Nederlandse gewoonten, of van mijn Zuid-Aziatische ik? Maar mijn Zuid-Aziatische ik past niet echt in Nederland.

Wat kan je veel zeggen over ‘geld hebben en christen zijn’. De invalshoeken tuimelen over elkaar in mijn hoofd. Een tiende van je inkomen weggeven – is dat een reële optie? En als je geld geeft, waaraan dan, en hoeveel? Het geld wat je op je bankrekening hebt, is dat echt van jou? Als je ervoor hebt gewerkt, heb je het dan verdiend? Heb je jouw vakantie, nieuwe bank, auto of huis ook ‘verdiend’?  Of zijn je baan, gezondheid, talent, netwerk en opleiding (waar je geld mee binnenhaalt) ook maar cadeaus van God? Als jij een hoog betaalde baan hebt, waarom heb je dan meer recht op een royaal salaris dan je kerkgenoot met een kwart van dat salaris? En het geld wat je hebt, waar besteed je dat aan: gaat het naar je spaarrekening, je hypotheek, het studiefonds van je kinderen, je vakantiepotje, je vaste vrijwillige bijdrage om je luxe kerkgebouw piekfijn te houden?

Op Facebook volgde ik een discussie over homoseksualiteit en de mening van de kerk daarover. Peter van Dijk schreef (geïnspireerd door Reinier Sonneveld):

Ik vind de fascinatie voor christenen wanneer het aankomt op liefde en sex heel vreemd. We hebben er allemaal hele duidelijke meningen over, maar waarom? Ja. Over liefde is de bijbel vol, maar over sex? Dacht het niet. Laten we de pennen leegschrijven over liefde en trouw. En áls we discussiëren laten we het dan hebben over mammon, de enige andere god die door Jezus echt een naam gegeven wordt. Blijkbaar omdat hij vond dat dat zijn grootste tegenstander was. Bij geld en goed zitten pas discussies, maar ja… die gaan ons allemaal aan en dan wordt het pittig.

In de afgelopen anderhalf jaar van re-entry was ik het meest in culture shock over Nederlanders en geld. We zijn zo  o n t z e t t e n d  rijk. Ook al weten we dat we het goed hebben, toch vergelijken we ons eigen inkomen eerder met dat van de buren dan met het salaris van de gemiddelde wereldburger, en dan valt dat vermogen van ons nog wel mee. Een koetjes-en-kalfjes gesprek gaat eerst over het weer en daarna over ‘de laatste aankoop’: de verbouwing die toch wel veel ongemak oplevert, het bankstel dat toch écht niet meer kon, de schattige nieuwe outfit van onze kinderen, etc.

Toen we in 2011 in Zuid-Azië aankwamen en langzaamaan meer huisraad verzamelden, dacht ik vaak na over de vraag: wat heb ik echt nodig? Aan de hoeveelheid spullen te zien had ik een bepaald aantal dingen nodig om me comfortabel te voelen. Om mijn huis een veilige, stressarme omgeving te maken. Mijn Chinese collega kon zich ontspannen als alle oppervlakken glad en schoon waren (dus had ze plastic stoelen, geen vloerkleed en geen planten). Voor mij was haar huis ongezellig en kaal. Wat je (nodig) hebt hangt af van wat je gewend bent. Tijdens onze re-entry in Nederland merkte ik dat ik bezit van sommige dingen in Zuid-Azië (met veel pijn en moeite) ontwend was, en dus (meestal) zonder kon. Het valt me daarom meer op aan welk bezit de gemiddelde Nederlander gewend is.

Dus. Genoeg onkruid zitten wieden. Welke plantjes zouden groeien als we al dat geld als water zouden uitgieten?

Daarover meer in Spendeer je geld niet aan jezelf – deel 2.

_____

Dit is plantje nr. 2 in een serie van blogs over dingen die ik graag zie groeien onder christenen in Nederland.

Plaatje boven deze blog hier gevonden.

 

 

 

 

Door | oktober 2nd, 2018|Inspiratie|2 Reacties

About the Author:

Dineke de Vries
Dineke krijgt energie van het mogelijk maken dat de mensen in onze organisatie met plezier, gesteund door Gods Geest, en in de juiste rol aan het werk zijn. Zij promoot dit door collega’s te coachen, de oriëntatie van nieuwe collega’s te leiden en ander member care werk. Dineke gelooft dat wanneer we als broers en zussen goede relaties met elkaar hebben, we het lichaam van Christus en zijn ambassadeurs kunnen zijn. Daarom is ze de drijvende kracht achter gebedsbijeenkomsten en sociale events.

2 Reacties

  1. Jellie 12 oktober 2018 om 11:14- Antwoorden

    Bedankt voor dit….Zo herkenbaar!!!! <3 <3

    • Dineke de Vries
      Dineke de Vries 22 oktober 2018 om 22:20- Antwoorden

      Dankje Jellie 🙂

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.