Vandaag een gastblog van Gerda Heijs, die lid is van onze Thuisfrontcommissie (TFC). Gerda loopt deze maand een halve marathon, en de opbrengst van het sponsorgeld gaat naar ons werk. Dankjewel Gerda! 🙂


Langzaam trek ik de veters van mijn sportschoenen los. Mijn bovenbeenspieren protesteren enigszins na de snelle duurloop van een uur. Ik loop naar de keuken en laat een glas vol water lopen. Mijn gezicht voelt droog en ik weet dat ik straks onder de douche het zout zal proeven. Tevreden drink ik het glas water leeg. Nog twee trainingen en dan vier dagen rust. En dan is het zover, het lopen van een halve marathon. Hoe zal dat gaan? Wat voor weer zal het zijn? Hoe zullen m’n spieren voelen en wat als er ineens een blessure  opkomt?

Een (halve) marathon loop je niet zomaar. Daar zijn maanden van training en voorbereiding aan vooraf gegaan. Heel wat kilometers zijn gemaakt, door regen, sneeuw, wind en nu dan ook weer zon. Intervaltraining, een snelle of langzame duurloop. Een wedstrijd lopen tussendoor. Afwisseling is belangrijk en zorgt voor progressie. Van het lopen van een 30-minuten duurloop naar een 100- minuten duurloop. En dan heb ik het nog niet over wat er nog meer bij komt kijken zoals goede schoenen (ik heb een paar weken geleden nog een paar nieuwe moeten kopen), kleding, goed eten en voldoende drinken. Aan het begin dacht ik: ”Pfff, twee uur lopen achter elkaar, ik vraag me af of dat gaat lukken!”. Maar ja, dan was ik al met het einddoel bezig… Nu kan ik terug kijken naar waar ik vandaan kom. En dan ben ik superblij en trots dat ik ondertussen bijna twee uur achter elkaar kan rennen. Ergens aan beginnen, zonder dat je weet of het gaat lukken vraagt om vertrouwen. Zoals Martin Luther King zei: “Als je vertrouwen hebt, hoef je niet de hele trap te zien om de eerste stap te zetten”.

rpilbta

Net zoals bij het voorbereiden van een halve marathon van alles komt kijken, is dat ook met het werk als lid van de TFC, in samenwerking met Klaas & Dineke: communicatie, PR, financiën, budget, fondsenwerving, regelen verlof, gebed, bemoedigen, Skypen, klankbord zijn. Met het doel om door hun werk heen andere mensen het grote en goede nieuws van God te vertellen, in de taal van hun hart. En dat vraagt moed en vertrouwen. Om een eerste stap te zetten:  die ene mail te versturen, dat telefoontje te plegen, iemand aan te spreken. De komende maanden is ook een soort van marathon voor Klaas & Dineke en de TFC. Met als einddoel “100% funding”, zodat Klaas & Dineke weer terug kunnen naar Nepal. Dat is niet in één dag geklaard. Dat vraagt om geloof, moed, vertrouwen en doorzettingsvermogen. En soms is daar ook die “loopdip”, moeten we elkaar weer even op sleeptouw nemen, bemoedigen, samen bidden en soms is het ook: “Kop d’r veur”! En dan helpt het óók om terug te kijken, naar waar we vandaan komen. En dan worden we blij van alle zegeningen die er zijn. Dat geeft vertrouwen om al die stappen te gaan zetten de komende maanden.

Ik drink nog een tweede glas water, mijn dorst is al aardig gelest. Nog twee trainingen en dan vier dagen rust. En dan erop vertrouwen dat al die trainingskilometers en voorbereidingen niet voor niets zijn geweest. 21,1 kilometer. Vijf kilometer verder dan mijn verste training. Het begint allemaal weer met een stap. Die kilometers extra loop ik dus maar één keer. Waarschijnlijk op karakter en “Kop d’r veur!”.